Ga naar de inhoud

Wij gebruiken alleen cookies die nodig zijn om de site te laten werken. Geen advertenties en geen tracking. Lees de cookieverklaring

Alle theorieonderwerpen

Les 2 van 9

Voorrang en voor laten gaan

Voorrang wordt eenvoudig als je altijd dezelfde volgorde gebruikt. Kijk eerst wat het verkeer regelt. Pas daarna gebruik je de gewone regel.

Ongeveer 10 minutenActueel

Ken eerst deze twee woorden

Veel fouten ontstaan doordat voorrang en voor laten gaan door elkaar worden gebruikt.

Voorrang verlenen
Dit gaat over bestuurders onderling. Een bestuurder is in de verkeersregels iedere weggebruiker behalve een voetganger.
Voor laten gaan
Dit is breder. Het kan ook gaan over voetgangers, passagiers en andere weggebruikers.

1. Kijk eerst wie of wat het verkeer regelt

Begin niet meteen met de regel van rechts. Loop deze volgorde af en stop zodra iets de situatie regelt.

  • Een aanwijzing van een bevoegde agent of verkeersregelaar gaat voor alles.
  • Een verkeerslicht gaat boven borden die de voorrang regelen.
  • Voorrangsborden en haaientanden gaan boven de gewone verkeersregel.
  • Alleen als niets anders de voorrang regelt, gebruik je de gewone verkeersregel.
Aanwijzing, licht, teken, regel. Altijd in die volgorde.

RVV artikelen 63, 64, 80 en 84

Gebruik deze volgorde en stop zodra een stap de situatie regelt: aanwijzing, actief verkeerslicht, verkeersbord en pas daarna de gewone regel. In kaart 4 komt oranje van rechts ten opzichte van blauw. Oranje rijdt eerst en blauw wacht vóór de rode lijn.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
1. Algemeen stoptekenEén arm recht omhoog. Al het verkeer dat de regelaar nadert, stopt.Voorbeeld: Je nadert een kruispunt. De regelaar steekt één arm recht omhoog. Jij stopt bij de streep, ook bij groen licht.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
2. Stop voor verkeer van vorenEén arm opzij. Verkeer van voren stopt. Ander verkeer mag voorzichtig door.Voorbeeld: Jij bent de rode auto en rijdt recht op de voorkant van de regelaar af. Jij stopt bij de streep.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
3. Stop voor verkeer van achterenDe andere arm opzij. Verkeer van achteren stopt. Ander verkeer mag voorzichtig door.Voorbeeld: Jij bent de rode auto en nadert de rug van de regelaar. Jij stopt bij de streep.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
4. Stop voor verkeer van voren en achterenBeide armen opzij. Verkeer van voren en achteren stopt. Verkeer van links en rechts mag rijden.Voorbeeld: Jij bent een van de rode auto's. Jij stopt. De grijze auto's rijden door.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
5. Stop voor verkeer van rechtsHij strekt zijn rechterarm recht naar voren, over de rijstrook van het verkeer dat van zijn rechterkant komt. Dat verkeer stopt. Ander verkeer mag voorzichtig door.Voorbeeld: Jij bent de rode auto en komt van rechts van de regelaar. Zijn arm ligt voor jouw rijstrook. Jij stopt bij de streep.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
6. Kruispunt vrijmakenArm omhoog, hand zijwaarts. Verkeer van links en rechts stopt. Verkeer van voren en achteren rijdt voorzichtig door en maakt het kruispunt vrij.Voorbeeld: Jij bent een rode auto van opzij. Jij stopt. Het verkeer op het kruispunt rijdt eerst weg.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
7. Snelheid verminderenEen gestrekte arm gaat langzaam op en neer. Verkeer dat nadert, rijdt langzamer.Voorbeeld: Jij bent de oranje auto. De arm gaat op en neer. Jij gaat zachter rijden en let goed op.
Kruispunt van boven: rode auto's stoppen, grijze rijden voorzichtig door
8. Brigadier met bord F10Een verkeersbrigadier houdt bord F10 omhoog. Wie hem van voren nadert, stopt.Voorbeeld: Bij een school ben jij de rode auto. De brigadier houdt het ronde bord omhoog. Jij stopt en laat de kinderen oversteken.

2. Een gelijkwaardig kruispunt

Staan er geen lichten, voorrangsborden of haaientanden? Dan is het kruispunt in principe gelijkwaardig.

  • Bestuurders geven voorrang aan bestuurders die voor hen van rechts komen.
  • Een bestuurder op een onverharde weg geeft voorrang aan bestuurders op een verharde weg.
  • Als alleen de gewone regels gelden, geven bestuurders voorrang aan een tram.
  • Een voetganger is geen bestuurder en krijgt dus niet automatisch voorrang omdat die van rechts komt.
De tramregel en de regel voor een onverharde weg zijn uitzonderingen op rechts gaat voor.

RVV artikel 15

De oranje auto komt voor de blauwe auto van rechts en rijdt daarom eerst.

1. Oranje rijdt eerst2. Blauw wachtBekijk het diagram op volledig formaat

3. Voorrangsborden en haaientanden

Borden en wegmarkeringen vertellen welke weg voorrang heeft. Kijk naar het bord en naar de markering op jouw rijrichting.

  • B1 betekent dat je op een voorrangsweg rijdt.
  • B6 betekent dat je voorrang verleent aan bestuurders op de kruisende weg.
  • B7 betekent dat je eerst stopt en daarna voorrang verleent aan bestuurders op de kruisende weg.
  • Haaientanden alleen betekenen ook dat bestuurders voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
Haaientanden regelen voorrang tussen bestuurders. Een voetganger kan door een andere regel toch voorgaan.

RVV artikelen 63 en 80, bijlage 1 borden B1, B6 en B7

B1 voorrangsweg, B6 voorrang verlenen en B7 stoppen en voorrang verlenen.

Bekijk het diagram op volledig formaat

4. Afslaan: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor

Sla je af? Laat dan het verkeer voorgaan dat op dezelfde weg rechtdoor gaat. Dat kan een auto, fietser of voetganger zijn.

  • Kijk ook naast je en dicht achter je. Een fietser die rechtdoor rijdt kan in je dode hoek zitten.
  • Sla je linksaf en draait een tegemoetkomende bestuurder rechtsaf op hetzelfde kruispunt? Dan gaat de korte bocht voor de lange bocht.
  • Deze twee afslaregels gelden niet voor een tram. Kijk daarnaast altijd of lichten, tekens of aanwijzingen iets anders bepalen.
Ga jij van je lijn af en gaat de ander rechtdoor op dezelfde weg? Dan wacht jij.

RVV artikel 18

De fietser gaat rechtdoor op dezelfde weg. De afslaande auto wacht.

1. Fietser gaat eerst2. Auto wachtBekijk het diagram op volledig formaat
De fietser gaat rechtdoor op dezelfde weg. De afslaande auto laat de fietser voorgaan.

5. Voetgangers en het zebrapad

Een voetganger is wel een weggebruiker, maar geen bestuurder. Daarom moet je steeds weten welke regel de voetganger beschermt.

  • Bij een zebrapad laat je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan als zij oversteken of duidelijk willen oversteken.
  • Blinden met een witte stok met rode ringen en mensen die zichtbaar moeilijk lopen, laat je altijd voorgaan. Een zebrapad is niet nodig.
  • Sla je af, dan laat je verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voorgaan. Dat geldt ook voor een voetganger die die weg volgt.
  • Bij een rood voetgangerslicht of het toepasselijke gele knipperlicht geldt de zebrapadregel niet. Blijf wel altijd veilig rijden.
Een voetganger krijgt geen voorrang van rechts. Zoek de regel die wel van toepassing is.

RVV artikelen 18 en 49

De voetganger wil duidelijk oversteken. De auto stopt en laat de voetganger voorgaan.

1. Voetganger steekt over2. Auto wachtBekijk het diagram op volledig formaat
Een voetganger die duidelijk wil oversteken bij een zebrapad gaat voor. Verminder vroeg snelheid en stop vóór het zebrapad.

6. Situaties die je apart moet kennen

Deze regels passen niet allemaal in één kruispunt, maar komen vaak terug in de theorie.

  • Wie een bijzondere manoeuvre uitvoert, zoals wegrijden, achteruitrijden, keren, van rijstrook wisselen of uit een uitrit komen, laat al het overige verkeer voorgaan.
  • Alle weggebruikers laten een voorrangsvoertuig met de voorgeschreven blauwe zwaailichten en sirene voorgaan.
  • Binnen de bebouwde kom geef je een autobus de gelegenheid om van een halte weg te rijden als de bestuurder richting aangeeft.
  • Rijd je een stilstaande tram of autobus voorbij aan de kant waar mensen in of uitstappen? Geef de passagiers de gelegenheid om dat veilig te doen.
Bij een bijzondere manoeuvre is de regel eenvoudig: jij wacht op al het overige verkeer.

RVV artikelen 50, 52, 54 en 56

Bijzondere manoeuvre: jij wachtDe blauwe auto wil achteruit de rijbaan op en stopt vóór de rode lijn. De oranje auto rijdt eerst rechtdoor.
Voorrangsvoertuig: maak veilig ruimteHet voorrangsvoertuig rijdt vooruit. De andere auto’s wijken afzonderlijk naar hun kant uit en blokkeren de route niet.
Bus verlaat de halte binnen de bebouwde komDe bus geeft richting aan en wil vanaf de halte de rijstrook op. De blauwe auto geeft de bus gelegenheid om weg te rijden.
Passagiers stappen aan jouw kant uitDe tram staat midden op de weg. De passagiers komen aan de kant van de blauwe auto uit de tram en steken haar rijstrook over. De blauwe auto stopt vóór de rode lijn en wacht.

7. Ken de zeven voorrangsborden

De B-borden vertellen wie op het kruispunt eerst rijdt. Lees ook de haaientanden in jouw richting.

  • B1 begint een voorrangsweg en B2 beëindigt die. B3, B4 en B5 geven voorrang op het komende kruispunt.
  • Bij B6 geef je voorrang. Bij B7 stop je volledig en geef je daarna voorrang.
  • Haaientanden betekenen dat bestuurders op de kruisende weg eerst gaan. Ze geven een voetganger niet zelfstandig voorrang.
B6 is wachten wanneer nodig. B7 is altijd eerst volledig stoppen.
De zeven voorrangsborden met hun codeB1 en B2 markeren het begin en einde van een voorrangsweg. B3, B4 en B5 regelen het volgende kruispunt. B6 betekent voorrang verlenen. B7 betekent volledig stoppen en daarna voorrang verlenen.

8. Lees de tekens bij een rotonde

Een ronde vorm geeft geen voorrang. Lees bord D1, bord B6 en de haaientanden afzonderlijk.

  • D1 verplicht je de rotonde in de aangegeven richting te volgen. Het bord geeft geen voorrang.
  • B6 en haaientanden vragen jou voorrang te geven aan bestuurders op de kruisende weg.
  • Staan B6 en haaientanden bij de ingang, dan laat het verkeer dat de rotonde oprijdt het verkeer op de rotonde voorgaan.
D1 regelt de richting. B6 en haaientanden regelen de voorrang.
D1 bepaalt de verplichte rijrichting. B6 en de haaientanden bepalen dat jij voorrang moet geven.

9. Uit een uitrit komen

Een herkenbare uitrit heeft vaak een doorlopend trottoir, fietspad of verlaagde uitritconstructie.

  • Wie een uitrit verlaat, voert een bijzondere manoeuvre uit.
  • Laat daarom alle andere weggebruikers voorgaan, ook voetgangers en fietsers op het doorlopende pad.
  • Stop vóór het trottoir en fietspad wanneer je daar nog geen volledig zicht op hebt.
Van privéterrein naar de weg? Wacht op iedereen.

RVV artikel 54

De auto staat nog volledig op de uitrit. De voetganger en fietser gebruiken de doorgaande route en gaan voor.

10. Uitvaartstoet en militaire colonne

Herken beide groepen aan de wettelijk vastgelegde vlaggen. Voor de militaire colonne gelden sinds 1 januari 2025 nieuwe herkenningstekens.

  • Ieder voertuig in een uitvaartstoet voert twee zwarte driehoekige vlaggen, links en rechts. De vlaggen hebben een witte retroreflecterende rand en drie witte retroreflecterende strepen.
  • Het voorste voertuig van een militaire colonne voert één blauwe vlag linksvoor. Tussenliggende voertuigen mogen optioneel één blauwe vlag linksvoor voeren. Het achterste voertuig voert één groene vlag linksvoor.
  • Alle voertuigen in een militaire colonne voeren dag en nacht ten minste dimlicht. Blauwe en groene filters voor de koplampen zijn sinds 1 januari 2025 niet meer verplicht.
  • Rijd niet tussen de voertuigen nadat de stoet of colonne is begonnen met passeren. Het eerste voertuig volgt de gewone voorrangsregels.
  • Begint een militaire colonne bij groen met passeren, dan mag de colonne doorgaan wanneer het licht verandert. Dit geldt niet voor een uitvaartstoet.
Is de stoet of colonne begonnen met passeren? Snijd die dan niet door.

RVV artikelen 16, 30c en 68 lid 4; Regeling herkenningstekens militaire colonne; Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen

Uitvaart: twee zwarte vlaggen per voertuig. Militair sinds 2025: blauw linksvoor op het eerste voertuig, groen linksvoor op het laatste en optioneel blauw linksvoor op tussenliggende voertuigen.
Uitvaartstoet: twee zwarte vlaggen per voertuigOp ieder voertuig staan links en rechts zwarte driehoekige vlaggen met witte reflecterende rand en drie witte strepen.
Militaire colonne: blauw vooraan, groen achteraanHet eerste voertuig voert blauw linksvoor, het middelste voertuig hoeft geen vlag te voeren en het laatste voertuig voert groen linksvoor. Alle voertuigen voeren dimlicht.

Wat je vlak voor het examen onthoudt

Kun je deze regels zonder hulp uitleggen, dan heb je de kern van dit onderwerp vast.

  • Eerst aanwijzingen, dan verkeerslichten, dan tekens, dan de gewone regel.
  • Op een gelijkwaardig kruispunt krijgen bestuurders van rechts voorrang.
  • Onverhard geeft aan verhard en bestuurders geven voorrang aan een tram als alleen de regels gelden.
  • Afslaand verkeer laat rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voorgaan.
  • Een bijzondere manoeuvre betekent dat jij al het overige verkeer laat voorgaan.
  • Bij voetgangers zoek je naar zebrapad, afslaan, beperking of een andere specifieke regel.

Controleer jezelf

Denk eerst zelf na. Open daarna het antwoord.

1Je komt bij een gelijkwaardig kruispunt. Een auto nadert van rechts. Wie rijdt eerst?Bekijk het antwoord
De auto van rechts. Er is geen hoger teken of andere uitzondering die de gewone regel vervangt.
2Je slaat rechtsaf. Naast je rijdt een fietser rechtdoor op dezelfde weg. Wie gaat eerst?Bekijk het antwoord
De fietser. Afslaand verkeer laat verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voorgaan.
3Geven haaientanden op zichzelf een voetganger voorrang?Bekijk het antwoord
Nee. Haaientanden regelen voorrang tussen bestuurders. Een andere regel, zoals afslaan of een zebrapad, kan wel bepalen dat de voetganger voorgaat.
4Een tram komt van links op een gelijkwaardig kruispunt. Er zijn geen lichten of borden. Wie gaat eerst?Bekijk het antwoord
De tram. Als alleen de gewone verkeersregels gelden, geven bestuurders voorrang aan de tram.

Officiële bronnen

De uitleg is geschreven aan de hand van de officiële CBR onderwerpen en het geldende Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Actueel

Oefen dit meteen in het gratis proefexamen

Je hebt de regels gelezen. Kijk nu of je ze herkent in vragen zoals op het examen. Het proefexamen is gratis en je hebt geen account nodig.

Start het gratis proefexamen

Ga verder met het volgende onderwerp

Elk onderwerp gebruikt dezelfde heldere opbouw: korte uitleg, gecontroleerde beelden, slimme herhaling en controlevragen.

Terug naar het overzicht