Ken eerst deze twee woorden
Veel fouten ontstaan doordat voorrang en voor laten gaan door elkaar worden gebruikt.
- Voorrang verlenen
- Dit gaat over bestuurders onderling. Een bestuurder is in de verkeersregels iedere weggebruiker behalve een voetganger.
- Voor laten gaan
- Dit is breder. Het kan ook gaan over voetgangers, passagiers en andere weggebruikers.
1. Kijk eerst wie of wat het verkeer regelt
Begin niet meteen met de regel van rechts. Loop deze volgorde af en stop zodra iets de situatie regelt.
- Een aanwijzing van een bevoegde agent of verkeersregelaar gaat voor alles.
- Een verkeerslicht gaat boven borden die de voorrang regelen.
- Voorrangsborden en haaientanden gaan boven de gewone verkeersregel.
- Alleen als niets anders de voorrang regelt, gebruik je de gewone verkeersregel.
RVV artikelen 63, 64, 80 en 84
2. Een gelijkwaardig kruispunt
Staan er geen lichten, voorrangsborden of haaientanden? Dan is het kruispunt in principe gelijkwaardig.
- Bestuurders geven voorrang aan bestuurders die voor hen van rechts komen.
- Een bestuurder op een onverharde weg geeft voorrang aan bestuurders op een verharde weg.
- Als alleen de gewone regels gelden, geven bestuurders voorrang aan een tram.
- Een voetganger is geen bestuurder en krijgt dus niet automatisch voorrang omdat die van rechts komt.
RVV artikel 15
De oranje auto komt voor de blauwe auto van rechts en rijdt daarom eerst.
3. Voorrangsborden en haaientanden
Borden en wegmarkeringen vertellen welke weg voorrang heeft. Kijk naar het bord en naar de markering op jouw rijrichting.
- B1 betekent dat je op een voorrangsweg rijdt.
- B6 betekent dat je voorrang verleent aan bestuurders op de kruisende weg.
- B7 betekent dat je eerst stopt en daarna voorrang verleent aan bestuurders op de kruisende weg.
- Haaientanden alleen betekenen ook dat bestuurders voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg.
RVV artikelen 63 en 80, bijlage 1 borden B1, B6 en B7
B1 voorrangsweg, B6 voorrang verlenen en B7 stoppen en voorrang verlenen.
4. Afslaan: rechtdoor op dezelfde weg gaat voor
Sla je af? Laat dan het verkeer voorgaan dat op dezelfde weg rechtdoor gaat. Dat kan een auto, fietser of voetganger zijn.
- Kijk ook naast je en dicht achter je. Een fietser die rechtdoor rijdt kan in je dode hoek zitten.
- Sla je linksaf en draait een tegemoetkomende bestuurder rechtsaf op hetzelfde kruispunt? Dan gaat de korte bocht voor de lange bocht.
- Deze twee afslaregels gelden niet voor een tram. Kijk daarnaast altijd of lichten, tekens of aanwijzingen iets anders bepalen.
RVV artikel 18
De fietser gaat rechtdoor op dezelfde weg. De afslaande auto wacht.
5. Voetgangers en het zebrapad
Een voetganger is wel een weggebruiker, maar geen bestuurder. Daarom moet je steeds weten welke regel de voetganger beschermt.
- Bij een zebrapad laat je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan als zij oversteken of duidelijk willen oversteken.
- Blinden met een witte stok met rode ringen en mensen die zichtbaar moeilijk lopen, laat je altijd voorgaan. Een zebrapad is niet nodig.
- Sla je af, dan laat je verkeer dat op dezelfde weg rechtdoor gaat voorgaan. Dat geldt ook voor een voetganger die die weg volgt.
- Bij een rood voetgangerslicht of het toepasselijke gele knipperlicht geldt de zebrapadregel niet. Blijf wel altijd veilig rijden.
RVV artikelen 18 en 49
De voetganger wil duidelijk oversteken. De auto stopt en laat de voetganger voorgaan.
6. Situaties die je apart moet kennen
Deze regels passen niet allemaal in één kruispunt, maar komen vaak terug in de theorie.
- Wie een bijzondere manoeuvre uitvoert, zoals wegrijden, achteruitrijden, keren, van rijstrook wisselen of uit een uitrit komen, laat al het overige verkeer voorgaan.
- Alle weggebruikers laten een voorrangsvoertuig met de voorgeschreven blauwe zwaailichten en sirene voorgaan.
- Binnen de bebouwde kom geef je een autobus de gelegenheid om van een halte weg te rijden als de bestuurder richting aangeeft.
- Rijd je een stilstaande tram of autobus voorbij aan de kant waar mensen in of uitstappen? Geef de passagiers de gelegenheid om dat veilig te doen.
RVV artikelen 50, 52, 54 en 56
7. Ken de zeven voorrangsborden
De B-borden vertellen wie op het kruispunt eerst rijdt. Lees ook de haaientanden in jouw richting.
- B1 begint een voorrangsweg en B2 beëindigt die. B3, B4 en B5 geven voorrang op het komende kruispunt.
- Bij B6 geef je voorrang. Bij B7 stop je volledig en geef je daarna voorrang.
- Haaientanden betekenen dat bestuurders op de kruisende weg eerst gaan. Ze geven een voetganger niet zelfstandig voorrang.
8. Lees de tekens bij een rotonde
Een ronde vorm geeft geen voorrang. Lees bord D1, bord B6 en de haaientanden afzonderlijk.
- D1 verplicht je de rotonde in de aangegeven richting te volgen. Het bord geeft geen voorrang.
- B6 en haaientanden vragen jou voorrang te geven aan bestuurders op de kruisende weg.
- Staan B6 en haaientanden bij de ingang, dan laat het verkeer dat de rotonde oprijdt het verkeer op de rotonde voorgaan.
9. Uit een uitrit komen
Een herkenbare uitrit heeft vaak een doorlopend trottoir, fietspad of verlaagde uitritconstructie.
- Wie een uitrit verlaat, voert een bijzondere manoeuvre uit.
- Laat daarom alle andere weggebruikers voorgaan, ook voetgangers en fietsers op het doorlopende pad.
- Stop vóór het trottoir en fietspad wanneer je daar nog geen volledig zicht op hebt.
RVV artikel 54
10. Uitvaartstoet en militaire colonne
Herken beide groepen aan de wettelijk vastgelegde vlaggen. Voor de militaire colonne gelden sinds 1 januari 2025 nieuwe herkenningstekens.
- Ieder voertuig in een uitvaartstoet voert twee zwarte driehoekige vlaggen, links en rechts. De vlaggen hebben een witte retroreflecterende rand en drie witte retroreflecterende strepen.
- Het voorste voertuig van een militaire colonne voert één blauwe vlag linksvoor. Tussenliggende voertuigen mogen optioneel één blauwe vlag linksvoor voeren. Het achterste voertuig voert één groene vlag linksvoor.
- Alle voertuigen in een militaire colonne voeren dag en nacht ten minste dimlicht. Blauwe en groene filters voor de koplampen zijn sinds 1 januari 2025 niet meer verplicht.
- Rijd niet tussen de voertuigen nadat de stoet of colonne is begonnen met passeren. Het eerste voertuig volgt de gewone voorrangsregels.
- Begint een militaire colonne bij groen met passeren, dan mag de colonne doorgaan wanneer het licht verandert. Dit geldt niet voor een uitvaartstoet.
RVV artikelen 16, 30c en 68 lid 4; Regeling herkenningstekens militaire colonne; Besluit herkenningsteken uitvaartstoet van motorvoertuigen
Wat je vlak voor het examen onthoudt
Kun je deze regels zonder hulp uitleggen, dan heb je de kern van dit onderwerp vast.
- Eerst aanwijzingen, dan verkeerslichten, dan tekens, dan de gewone regel.
- Op een gelijkwaardig kruispunt krijgen bestuurders van rechts voorrang.
- Onverhard geeft aan verhard en bestuurders geven voorrang aan een tram als alleen de regels gelden.
- Afslaand verkeer laat rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg voorgaan.
- Een bijzondere manoeuvre betekent dat jij al het overige verkeer laat voorgaan.
- Bij voetgangers zoek je naar zebrapad, afslaan, beperking of een andere specifieke regel.
Controleer jezelf
Denk eerst zelf na. Open daarna het antwoord.
1Je komt bij een gelijkwaardig kruispunt. Een auto nadert van rechts. Wie rijdt eerst?Bekijk het antwoord
2Je slaat rechtsaf. Naast je rijdt een fietser rechtdoor op dezelfde weg. Wie gaat eerst?Bekijk het antwoord
3Geven haaientanden op zichzelf een voetganger voorrang?Bekijk het antwoord
4Een tram komt van links op een gelijkwaardig kruispunt. Er zijn geen lichten of borden. Wie gaat eerst?Bekijk het antwoord
Officiële bronnen
De uitleg is geschreven aan de hand van de officiële CBR onderwerpen en het geldende Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
Actueel
Oefen dit meteen in het gratis proefexamen
Je hebt de regels gelezen. Kijk nu of je ze herkent in vragen zoals op het examen. Het proefexamen is gratis en je hebt geen account nodig.
Start het gratis proefexamenGa verder met het volgende onderwerp
Elk onderwerp gebruikt dezelfde heldere opbouw: korte uitleg, gecontroleerde beelden, slimme herhaling en controlevragen.
Terug naar het overzicht