Ga naar de inhoud

Wij gebruiken alleen cookies die nodig zijn om de site te laten werken. Geen advertenties en geen tracking. Lees de cookieverklaring

Alle theorieonderwerpen

Les 9 van 9 · Joulyan

Rijhulpsystemen (ADAS)

Rijhulpsystemen kunnen waarschuwen of een deel van het rijden ondersteunen. Leer wat ze doen, waar hun grenzen liggen en wanneer je zelf moet ingrijpen.

Ongeveer 8 minutenActueel

Woorden die je moet herkennen

De afkortingen kom je tegen op het dashboard en in de handleiding.

Rijhulpsysteem
Elektronische hulp voor de bestuurder. De bestuurder blijft verantwoordelijk.
Adaptieve cruisecontrol (ACC)
Past de snelheid aan een herkende voorligger aan en ondersteunt de volgafstand.
Automatisch noodremsysteem (AEB)
Kan bij herkend botsingsgevaar automatisch remmen.
ABS
Helpt voorkomen dat wielen blokkeren bij hard remmen.
ESC
Helpt de auto stabiel te houden wanneer deze dreigt te slippen.
Rijstrookassistent
Kan helpen bij een onbedoelde afwijking van de rijstrook.

1. Voor vertrek

Stap je in een onbekende auto, kijk dan vóór vertrek welke rijhulpsystemen aanwezig zijn en wat ze doen.

  • Knoppen, namen en meldingen kunnen per merk en model verschillen. Lees zo nodig de handleiding of vraag uitleg terwijl de auto stilstaat.
  • Stel ook je stoel zo af dat je het stuur en de pedalen goed kunt bedienen.
  • Ook met snelheids- of afstandshulp moet je op elk moment zelf kunnen remmen.
  • Controleer de instellingen voordat je een opgeslagen snelheid opnieuw gebruikt. De juiste voorbereiding voorkomt dat je onderweg naar een knop moet zoeken. Een late botsingswaarschuwing geeft minder tijd om te reageren dan een vroege.
Ken je auto vóór vertrek.

2. Camera's en sensoren

Rijhulpsystemen kijken met camera's, radar of andere sensoren.

  • Controleer vóór de rit of het deel vóór een camera of sensor schoon is. Modder op de voorruit kan de camera hinderen terwijl je zelf de weg nog goed ziet.
  • Ook fel tegenlicht kan de herkenning beperken.
  • Soms gebruiken meerdere functies dezelfde camera. Een probleem ermee kan dus meer dan één functie raken.
  • Zit er schade vóór de camera of is de voorruit vervangen, laat dan volgens de aanwijzingen van de fabrikant beoordelen of controle of kalibratie nodig is. Wacht niet op een waarschuwing om zichtbaar vuil of schade serieus te nemen.
Een schone camera kan nog grenzen hebben.
Camera's en sensorenHoud ook het deel van de ruit voor de camera schoon als je zelf de weg goed ziet.

3. Snelheid en volgafstand

Gewone cruisecontrol probeert een ingestelde snelheid aan te houden.

  • Adaptieve cruisecontrol (ACC) kan vertragen voor een herkende voorligger en een ingestelde volgtijd aanhouden. ACC op zichzelf stuurt niet. Bij hogere snelheid hoort bij dezelfde volgtijd meer afstand in meters. ACC versnelt niet voorbij jouw ingestelde snelheid om een snellere voorligger te volgen. Kies een langere volgtijd als je meer ruimte wilt.
  • Een snelheidsbegrenzer begrenst de snelheid, maar geeft onder die grens niet zelf gas. Sommige versies van intelligente snelheidsassistentie waarschuwen alleen. ISA met weerstand in het gaspedaal kan worden overruled. Jij bewaakt de toegestane snelheid.
  • Controleer altijd of ACC actief is: een opgeslagen snelheid in stand-by betekent geen actieve regeling. Let bij hervatten op die opgeslagen snelheid.
  • Moet je sterk vertragen, rem dan zelf. Alleen annuleren is geen opdracht om voldoende af te remmen. Gas geven kan de afstandsregeling tijdelijk onderbreken. Lees hoe dit bij jouw auto werkt.
  • ACC kan een kleine of schuin voor je rijdende motorfiets laat herkennen. Blijf zelf de afstand bewaken. Controleer na een stop of eigen remming of de regeling actief is en hervat alleen als dat veilig kan. Bij een stop-and-go-systeem kan na langer stilstaan jouw bevestiging nodig zijn om weer op te trekken.
Stand-by is geen actieve regeling.
Snelheid en volgafstandRekenvoorbeeld bij 2 seconden: ongeveer 27,8 meter bij 50 km/u en 44,4 meter bij 80 km/u. Dit is geen vaste veilige afstand voor alle omstandigheden.

4. Remmen en stabiliteit

Een automatisch noodremsysteem kan bij herkend botsingsgevaar ingrijpen, maar is geen manier om normaal te stoppen.

  • Noodremassistentie versterkt juist een noodremming die jij inzet. Een multibotsrem kan na een eerste botsing verdere beweging beperken.
  • ABS helpt voorkomen dat de wielen bij hard remmen blokkeren. ESC kan afzonderlijke wielen afremmen om een slip te beperken. Tractiecontrole beperkt het doorspinnen bij gas geven. Pas je snelheid aan de grip aan.
  • Ook aanhangerstabilisatie vervangt een goede belading en aangepaste snelheid niet. Het systeem kan helpen slingeren van de aanhanger te beperken.
  • Hellingwegrijhulp houdt de rem kort vast bij het wegrijden op een helling. Auto Hold kan de auto na het stoppen op de rem houden. De voorwaarden verschillen per auto. Gebruik bij parkeren de parkeerrem volgens de handleiding.
  • AEB kan de botsingssnelheid verlagen zonder een botsing te voorkomen. Hulp voor obstakels vóór de auto betekent niet automatisch hulp bij achteruitrijden. Lees bij een lampje in de handleiding of het ingrijpen of een storing meldt.
Elektronica maakt glad wegdek niet stroef.
Remmen en stabiliteitABS helpt de wielen draaien tijdens hard remmen. ESC kan een afzonderlijk wiel afremmen. TCS beperkt het doorspinnen van aangedreven wielen. De gemarkeerde wielen zijn schematische voorbeelden.

5. Hulp bij de rijstrook

Een rijstrookverlatingswaarschuwing kan melden dat je onbedoeld een lijn nadert, zonder zelf te sturen.

  • Een rijstrookassistent kan een stuurcorrectie geven. Rijstrookcentrering probeert je meer doorlopend in het midden te houden. Dit zijn verschillende functies.
  • Bochten, onduidelijke of tijdelijke belijning en wind kunnen de ondersteuning beperken. Houd daarom zelf de juiste koers en snelheid.
  • Een gewone rijstrookassistent volgt geen navigatieroute naar een afrit. Stuur zelf en controleer vóór een rijstrookwissel of er ruimte is.
  • Ook een richtingaanwijzer en het uitblijven van een waarschuwing bewijzen niet dat de rijstrook naast je vrij is. Kijk en beslis zelf vóór elke rijstrookwissel. Richting aangeven kan de waarschuwing onderdrukken, omdat je de lijn bewust overschrijdt.
  • Zijwindassistentie kan met gerichte remingrepen helpen de koers te houden bij een windvlaag. Blijf zelf sturen en pas je snelheid aan.
Een waarschuwing neemt de stuurtaak niet over.
Hulp bij de rijstrookLDW waarschuwt, LKA kan de koers corrigeren en LCC ondersteunt het rijden nabij het midden van de rijstrook. De gekleurde lijnen tonen de uitleg, niet een dashboardweergave.

6. Dode hoek en parkeren

Een dodehoekwaarschuwing meldt verkeer dat het systeem naast de auto herkent. Een systeem met actieve dodehoekhulp kan ook bijsturen.

  • Geen waarschuwing is geen bewijs dat de ruimte vrij is. Kijk zelf voordat je een rijstrook wisselt of een portier opent.
  • Bij parkeren tonen camera's en sensoren slechts wat zij kunnen waarnemen. Hulplijnen helpen de mogelijke baan inschatten, maar tonen niet dat die baan vrij is, zeker niet voor een aanhanger. Meedraaiende hulplijnen volgen de stuurhoek van de auto. Een aanhanger volgt een andere baan; controleer ook zijn vrije ruimte.
  • Een waarschuwing voor kruisend verkeer achter de auto meldt verkeer dat van opzij nadert. Parkeersensoren waarschuwen voor obstakels dichtbij. Zij hebben een andere taak.
  • Een parkeerassistent kan obstakels missen of onvoldoende manoeuvreerruimte hebben. Controleer de hele omgeving en neem de bediening over wanneer dat nodig is. Na afbreken van automatisch parkeren neem je zelf over om veilig verder te gaan of de auto veilig stil te houden.
  • Een uitstapwaarschuwing blokkeert de deur niet altijd. Sneller piepen van parkeersensoren kan betekenen dat een obstakel dichterbij komt. Hoge obstakels of verkeer achter geparkeerde voertuigen kunnen buiten het waarnemingsgebied vallen.
  • Bij sommige aanhangerassistenten gebruikt een camera het beeld van de dissel om de hoek tussen auto en aanhanger te bepalen. Dat is geen controle of de hele route vrij is.
Kijk zelf vóór wisselen, openen of parkeren.
Dode hoek en parkerenDe bestelwagens beperken het zicht vanuit de blauwe auto. Controleer het verkeer achter je voordat je achteruitrijdt; een sensor kan het laat herkennen.

7. Aandacht van de bestuurder

Sommige auto's letten met een camera op je blik. Andere herkennen veranderingen in je stuurgedrag.

  • Een vermoeidheids- of afleidingswaarschuwing kan je helpen een probleem op te merken, maar meet niet in elke situatie hetzelfde.
  • Stuurhulp kan onregelmatige stuurbewegingen zelfs minder zichtbaar maken voor een systeem dat daarop let.
  • Stop op een veilige plaats en neem pauze wanneer je moe wordt, ook zonder melding. Blijf naar het verkeer kijken en houd een houding aan waarin je meteen kunt sturen of remmen.
  • Een noodstopfunctie voor een niet reagerende bestuurder is hulp voor een uitzonderlijke situatie, geen vervanging voor een oplettende bestuurder.
Wacht bij vermoeidheid niet op een melding.
Aandacht van de bestuurderNeem bij vermoeidheid op een veilige plaats een pauze, ook zonder melding.

8. Jij blijft verantwoordelijk

Rijhulpsystemen ondersteunen je. Zij nemen je verantwoordelijkheid voor de rijtaak niet over.

  • Beoordeel weg, weer, verkeer en je eigen toestand voordat je ondersteuning inschakelt of blijft gebruiken. De auto kan iets missen, verkeerd herkennen of een manoeuvre niet afmaken.
  • Een noodrem is geen reden om dichter op je voorligger te rijden, en je test hem niet door bewust een botsing te riskeren.
  • Een opgeslagen parkeerroute bewijst evenmin dat de route vandaag vrij is.
  • Reageer op waarschuwingen, kijk zelf naar de situatie en grijp tijdig in. Volg bij een storing de aanwijzingen voor jouw auto.
Hulp verandert jouw verantwoordelijkheid niet.

Wat je vlak voor het examen onthoudt

Dit helpt je de systemen bewust te gebruiken.

  • Controleer de systemen, sensoren en je zitpositie vóór vertrek.
  • Weet welke functie alleen waarschuwt en welke ook ingrijpt.
  • Blijf weg en verkeer zelf waarnemen.
  • Neem de bediening over zodra de situatie dat vraagt.

Officiële bronnen

Deze samenvatting gebruikt CBR-leerstof en uitleg van RDW en fabrikanten. Functies en voorwaarden verschillen per auto. Lees de handleiding van jouw auto.

Actueel

Oefen dit meteen in het gratis proefexamen

Je hebt de regels gelezen. Kijk nu of je ze herkent in vragen zoals op het examen. Het proefexamen is gratis en je hebt geen account nodig.

Start het gratis proefexamen

Kies een onderwerp om te herhalen

Ga terug naar de lessen en lees verder over een onderwerp dat je nog lastig vindt.

Terug naar het overzicht