Woorden die je eerst moet kennen
Met de juiste woorden herken je sneller wat een examenvraag bedoelt.
- Verkeersteken
- Een verkeersbord, verkeerslicht of wegmarkering met een wettelijke betekenis.
- Aanwijzing
- Een bevel van een bevoegde persoon. Dit gaat boven verkeerstekens en verkeersregels.
- Blokmarkering
- Een rij korte brede rechthoeken, bijvoorbeeld langs een invoegstrook.
1. Gebruik altijd dezelfde volgorde
Bij een schijnbare tegenspraak bepaalt de hoogste regel wat je doet.
- Aanwijzingen van bevoegde personen gaan voor verkeerslichten, borden en regels.
- Verkeerslichten gaan voor verkeerstekens die de voorrang regelen.
- Verkeerstekens gaan voor gewone verkeersregels als zij daarmee botsen.
RVV artikelen 63, 64 en 84
Een aanwijzing staat bovenaan. Daarna volgen verkeerslichten, verkeersborden en pas dan de gewone regel.
2. Herken de groepen verkeersborden
Leer eerst wat de vorm en kleur doen. Daarna onthoud je het specifieke symbool.
- Ronde borden geven meestal een gebod of verbod. Een rode rand waarschuwt vaak voor wat niet mag.
- Driehoekige borden waarschuwen meestal voor gevaar. Voorrangsborden hebben herkenbare afwijkende vormen.
- Blauwe rechthoekige borden geven vaak informatie, een voorziening of een bijzondere weg aan.
RVV bijlage 1
3. Lichten, pijlen en lijnen
Lees alleen wat op jouw rijstrook en rijrichting van toepassing is.
- Rood betekent stoppen. Groen geeft doorgang, maar alleen als je het kruispunt veilig kunt vrijmaken.
- Geel betekent stoppen, behalve wanneer je zo dichtbij bent dat veilig stoppen niet meer kan.
- Pijlen, busstroken, fietsstroken, haaientanden en doorgetrokken lijnen hebben ieder een eigen betekenis.
RVV artikelen 68 tot en met 81
4. Tijdelijke tekens en matrixborden
Wegwerkzaamheden en actuele situaties kunnen de normale inrichting tijdelijk veranderen.
- Gele tijdelijke lijnen volg je in plaats van de normale witte lijnen.
- Een rood kruis boven een rijstrook betekent dat je die strook niet gebruikt.
- Een lagere snelheid op een matrixbord is de maximumsnelheid die op dat moment geldt.
RVV artikelen 62, 63a, 63b, 73 en 78
5. Leer alle officiële verkeersborden per groep
Bijlage 1 van het RVV groepeert verkeersborden met letters. De letter helpt je het onderwerp te herkennen; de vorm, kleur en het symbool bepalen welk bord je precies ziet.
- A gaat over snelheid, bijvoorbeeld A1 voor de maximumsnelheid. B gaat over voorrang, bijvoorbeeld B6 voor voorrang verlenen. C bevat geslotenverklaringen, bijvoorbeeld C1 voor een weg die in beide richtingen gesloten is.
- D geeft verplichte rijrichtingen, bijvoorbeeld D1 bij een rotonde. E regelt parkeren en stilstaan, bijvoorbeeld E1 voor een parkeerverbod. F bevat andere geboden en verboden, bijvoorbeeld F7 voor een keerverbod.
- G gaat over bijzondere wegen, H over de bebouwde kom, J over waarschuwingen, K over richtingen en L over informatie. In de officiële RVV-bordenlijst bestaat geen groep I.
6. Onderborden, zones en uitzonderingen
Lees het geheel: het hoofdbord geeft de regel, het onderbord beperkt of verduidelijkt de toepassing, een zonebord bepaalt het gebied en een rijstrooklicht geldt voor de rijstrook eronder.
- Een onderbord kan een tijd, afstand, pijl of weggebruiker noemen. Voorbeeld: onder bord E1 staat “ma t/m vr 07.00-19.00 h”. Dan geldt het parkeerverbod van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00 en 19.00 uur.
- Een zone begint bij het begin-zonebord en geldt op alle wegen binnen dat gebied tot het bijbehorende einde-zonebord. Voorbeeld: na begin Zone 30 blijft 30 km/u gelden tot einde Zone 30, tenzij een ander geldig bord voor een deel van de route iets anders bepaalt.
- Een matrixsignaal geldt voor de rijstrook waarboven het staat. Voorbeeld: een rode X betekent dat de rijstrook eronder niet mag worden gebruikt. Verplaats veilig vóórdat je die rijstrook bereikt. Een getoonde snelheid is op dat moment de maximumsnelheid.
RVV artikelen 66, 67 en 73
7. Verkeerslichten voor verschillende weggebruikers
Kijk naar de vorm en het symbool van het licht. Niet ieder licht geldt voor ieder voertuig.
- Een fietslicht geldt voor fietsers en aangewezen gebruikers. Een bus- of tramlicht geldt voor die verkeersstroom.
- Een groene pijl geldt alleen in de richting van de pijl. Je blijft rekening houden met verkeer dat tegelijk groen kan hebben.
- Bij een defect licht volg je borden, markeringen en gewone regels, tenzij een bevoegde persoon aanwijzingen geeft.
8. Lees de wegmarkering volledig
Borden gaan vóór herkenningsstrepen. Kijk daarna naar kleur, vorm en aan welke kant de markering ligt.
- Een doorgetrokken middenstreep aan jouw kant mag je niet overschrijden. Een onderbroken streep mag je alleen overschrijden wanneer dat veilig is.
- Blokmarkering markeert onder meer invoeg- en uitvoegstroken. Rijden rechts van blokmarkering is een situatie waarin rechts inhalen kan zijn toegestaan.
- Haaientanden betekenen dat bestuurders voorrang geven aan bestuurders op de kruisende weg. Ze geven een voetganger niet zelfstandig voorrang.
- Buiten de bebouwde kom herken je vaak 100 km/u aan dubbele witte middenstrepen met groen ertussen en 80 km/u aan dubbele witte middenstrepen zonder groen. Geen middenstreep hoort vaak bij 60 km/u, maar borden blijven beslissend.
- Tijdelijke gele lijnen bij wegwerkzaamheden gaan vóór de normale witte lijnen.
RVV artikelen 63a en 76 tot en met 81
Wat je vlak voor het examen onthoudt
Kun je deze regels zonder hulp uitleggen, dan heb je de kern van dit onderwerp vast.
- Aanwijzingen gaan boven lichten, tekens en regels.
- Lees vorm, kleur en symbool samen.
- Een groen licht geeft alleen doorgang als je veilig verder kunt.
- Lees markeringen die op jouw rijstrook gelden.
- Tijdelijke gele lijnen en matrixsignalen kunnen de normale situatie vervangen.
- Blokmarkering is iets anders dan een vluchtstrooklijn.
- Borden bepalen de limiet; herkenningsstrepen helpen de wegsoort herkennen.
Controleer jezelf
Denk eerst zelf na. Open daarna het antwoord.
1Een agent geeft aan dat je moet rijden, maar jouw licht is rood. Wat doe je?Bekijk het antwoord
2Je licht wordt geel en je kunt nog veilig stoppen. Wat doe je?Bekijk het antwoord
3Er staan gele en witte lijnen bij wegwerkzaamheden. Welke volg je?Bekijk het antwoord
4Dubbele middenstrepen met groen wijzen op 100, maar een bord toont 80. Welke limiet geldt?Bekijk het antwoord
Officiële bronnen
Deze samenvatting gebruikt de officiële CBR onderwerpen, het RVV 1990, de Wegenverkeerswet en de Regeling voertuigen.
Actueel
Oefen dit meteen in het gratis proefexamen
Je hebt de regels gelezen. Kijk nu of je ze herkent in vragen zoals op het examen. Het proefexamen is gratis en je hebt geen account nodig.
Start het gratis proefexamenKies het volgende onderwerp
Ga terug naar het overzicht en lees verder. De negen lessen helpen je de theorie te herhalen.
Terug naar het overzicht